Dinsdag 17.47 uur. Ik zit veilig in mijn panic room a.k.a. mijn heilige kantoor. De plek waar ik om dit moment naar toe kan vluchten. Een flinke gaap, ik pak nog even een bakkie koffie voor mijn afspraak zo komt.

 

Waarom ik gaap? Ik heb sinds afgelopen donderdagnacht weer gebroken nachten. En eerlijk is eerlijk, dat ben ik, moeder van een 12 en 10-jarige niet meer gewend. Vroeger wel, Jop was een zeer uitdagende slaper. Maar al jaren slapen wij gewoon weer het klokje rond. (Het gaat ècht over, jonge moeders die mee lezen!)

 

Watskebeurt?

 

Jop is sinds vorige week donderdag ziek. Hij braakte en had buikpijn. Iets wat eerst op een onschuldig buikvirus leek, mondde al gauw uit tot een blindedarmontsteking. En echt, een operatie bij je kind gaat gewoon niet in de koude kleren zitten. Sinds die bewuste donderdagnacht staat mijn zorgmodus aan. Een zorgmodus die ervoor zorgt dat ik hyperalert ben. Bij werkelijk ieder geluidje dat ik hoor, ben ik er als de kippen bij.

Misschien spuugt hij weer, misschien moet hij naar de wc, misschien heeft hij pijn of koorts. En daar waar Nico heerlijke nachten doorhaalt, sta ik naast zijn bed en begeleid hem als een heuse verpleegster.

Tuurlijk, daar ben ik moeder voor. Mijn brein is geprogrammeerd in een soort instinctieve zorgstand. Naast vermoeiend, vind ik het vooral fascinerend. Wat is dat toch, dat moederinstinct? Wat is dat toch, dat ik direct hoor dat mijn kind spuugt, terwijl mijn man comateus naast mij ligt te snurken? Wat is dat toch, dat ik die zaterdagochtend meteen mijn kind bij kop en kont greep en naar het ziekenhuis sjeesde.

Ik duik er eens even in. Terwijl ik aan mijn koffie nip, in mijn omgedoopte panic room. De plek waar ik even geen moeder ben, maar Krista de coach.

 

Het moederinstinct

 

Laten we het er maar meteen uitgooien. Dankzij het moederinstinct bestaat ons soort nog. Wij moeders zorgen ervoor dat ons kind veilig is en dat het drinkt, eet en liefde krijgt. Basisbehoeften. Zonder dat zal het niet overleven. Zeer kundig dus dat het oerbrein, moeders net dat beetje extra heeft gegeven. Een extra tandje erbij, zeg maar.

Soms slaat het bij mij wat door, hoor. Waar ik als een paniekvogel roep dat ze niet in bomen mogen klimmen omdat dit levensgevaarlijk is, roept Nico: ‘Doe maar, jongens!’

Waar ik vind dat mijn kind nog niet alleen naar de voetbaltraining kan fietsen, heeft mijn man een rotsvast vertrouwen dat dat al prima kan. Of dat potje lomp ravotten, waarbij ik tenenkrommend toekijk.

Loslaten lijkt mannen misschien wel makkelijker af te gaan dan vrouwen.

 

Vader vs moeder

 

Beschermend versus vertrouwen geven dat het wel goed komt. Hyperalert versus als een os slapen. Het lijkt zo ver van elkaar af te staan, toch is het de gouden combinatie. Het moederinstinct is fijn en waardevol. Maar het vaderbrein is ook echt onmisbaar. Deze combinatie zorgt er namelijk voor dat een kind op een veilige manier vertrouwen leert krijgen in de grote mensen wereld.

 

Dus ja, bedankt moeder natuur! Die slapeloze nachten, die overleef ik wel.

 

 

 

 Liefs Krista

PS. Met Jop gaat het inmiddels weer uitstekend!